vogelvriendelijke tuin

Balkon- en tuintips voor een vogelvriendelijke tuin

Solitaire bomen

Veel vogels zoals merels, zanglijsters, huismussen, boomkruipers, boomklevers en mezen profiteren van een boom of boompje in de tuin. Ook maakt u kans op gaaien en grote bonte spechten. Bomen bieden uitzicht, voedsel, veiligheid en maken voortplanting mogelijk doordat er plek is voor nesten.

Hagen

Plaats geen schutting, maar een haag. Of als dat niet kan – door bijvoorbeeld de buren -, plaats dan een klimop of bijvoorbeeld leifruit voor de schutting. Maar een haag is het beste! Vogels vinden er beschutting; ze maken er nesten in en bessen bieden voedsel, net als de insecten die erop afkomen. Huismussen houden van hagen. Dreigt er gevaar, dan trekken ze zich onzichtbaar terug in de haag. Na verloop van tijd zit er weer een aan de buitenkant en kort daarna vallen ze weer groepsgewijs aan op het vogelvoer.

Heesters

Heesters zijn houtige struiken die soms ook als haag kunnen dienen, zoals de vuurdoorn. Een blauwe regen kan mooi tegen een pergola geplaatst worden. U biedt er de vogels een schuilplaats mee – voor als er gevaar dreigt – en een plek voor nest en voedsel (bessen, insecten). Is er een winterse invasie van die prachtige pestvogels, dan is er kans dat ze uw Gelderse roos komen opzoeken. Met smaak vallen ze erop aan.

Klimplanten

Klimplanten bedekken lelijke muren en schuttingen. Voor vogels is dat vaak ideaal. Ze bieden voedsel met bessen en de insecten die ze aantrekken én bieden beschutting om te nestelen en te schuilen tegen gevaar.

Vaste planten en onderbeplanting

Roodborsten, merels, zanglijsters, heggenmussen: ze scharrelen graag in uw tuin tussen de struiken op zoek naar eten. Vaste planten en onderbeplanting vergroten de mogelijkheden om ongemerkt insectjes weg te pikken. Later in het seizoen zijn de zaden ook aantrekkelijk. Laat uitgebloede planten staan tot het voorjaar.

Een- en tweejarige planten

Met dit type planten lokt u insecten, oneerbiedig gesteld: vogelvoer. Veel vogels doen zich tegoed aan insecten. Vogels met een spitse snavel zijn de insecteneters. Later in het seizoen komen de vogels met kegelvormige snavels zich tegoed doen aan de zaden. U hebt ondertussen genoten van de bloemen.

Hebt u een balkon, een stadstuin, een grote achtertuin of erf?

Dan kunt u vogels helpen! De basisprincipes zijn eenvoudig. Vogels zoeken beschutting om te broeden en om zich terug te trekken bij gevaar. Én ze moeten bij u wat te eten vinden – insecten, rupsen of bijvoorbeeld bessen. En fijn als er ook water beschikbaar is.

Met een vogelvriendelijke tuin doet u ook iets voor uzelf. Het is enerzijds vooral genieten van de bedrijvigheid met al die vogels in uw tuin. Maar anderzijds draagt u bij aan het tegengaan van te hete steden en overbelaste rioleringen. Groen houdt vocht vast.

Ook uw balkon is vogelvriendelijk in te richten

Gebruik bakken en potten om besdragende struiken en vaste inheemse planten, waar insecten op afkomen, te planten. Plaats een waterschaal en voederplank.

De afscheiding met de buren kunt u laten begroeien met een klimplant, voor beschutting van de vogels. Plaats een nestkast (niet in de zon).

Tips voor een flinke stadstuin

Gebruik een sedumdak op uw schuur of uitbouw met inheemse beplanting. Zo’n dak trekt insecten aan waar vogels op af komen. Een sedumdak houdt de regen even vast, zodat de riolering niet overbelast raakt, en het isoleert ook nog eens erg goed.

Laat langs de muren van schuur en woning klimplanten groeien. Plaats een waterschaal of maak een vijver met een ondiep gedeelte waar vogels kunnen drinken en/of een bad nemen.

Plaats een boom, zoals een meidoorn, lijsterbes, appel- of perenboom. De struiken zijn besdragend of hebben doornen voor een beschut plekje voor de vogels.

Hang nestkasten (en voederplank/birdfeeder) aan de schuur en/of pergola. Met een (klein) gazon biedt u vogels zoals onder meer zanglijsters en merels gelegenheid om eten te vinden. Ze trekken graag een worm uit de bodem.  

Uitpakken voor vogels en natuur in een grote achtertuin

Maak niveauverschillen met geleidelijke overgangen van lage beplantingen naar struiken en bomen. Laat langs de muren van schuur en woning klimplanten groeien.

Gebruik geen schutting als afscheiding met de buren, maar een stevige haag (dit kunnen ook verschillende soorten struiken zijn).

Aan de achterkant is de tuin afgesloten met een takkenril, waar vogels in weg kunnen kruipen. Maak een aantrekkelijk bessenrijk vogelbosje met bomen en planten van verschillende hoogtes. Met een gazon biedt u vogels zoals de zanglijster en de merel een plek om eten te vinden. Ze trekken graag een worm uit het gras. De vijver heeft aan twee zijden een ondiep gedeelte waar vogels kunnen drinken en/of een bad nemen. Plaats birdfeeders en nestkasten, ook bijvoorbeeld aan de pergola.

(bron: Vogelbescherming Nederland)